Peak Food [over dreigende voedseltekorten]

EEN LITERATUURSTUDIE
NAAR OORZAKEN, GEVOLGEN EN OPLOSSINGEN
VAN PEAK FOOD, DE DREIGENDE VOEDSELTEKORTEN

PEAK FOOD: PERMANENTE CRISIS
Behalve de drie recente crises die de wereld nu mee maakt [Financieel, Energie, Klimaat], is er al jaren een andere, permanente crisis, die in de toekomst zal verergeren: voedseltekorten.
Alle vier crises beinvloeden en versterken elkaar.

PEAK FOOD: GROTER GEVAAR DAN PEAK OIL
Het begrip PEAK OIL heeft de laatste jaren grote bekendheid gekregen. Er wordt mee bedoeld dat de olieproductie binnenkort een maximum zal bereiken [gaat pieken], waarna de productie kleiner wordt of enige tijd op dat niveau blijft, terwijl de consumptie van olie toeneemt. De prognoses wanneer die piek zal optreden lopen uiteen, van nu reeds, over 5 jaar of over 10 jaar [1]. Maar dat die piek zal optreden is zeker.
De korte termijn gevolgen zullen groot zijn:
. Olietekorten;
. Grote prijsstijgingen, zodat alleen rijke landen en mensen nog genoeg olie kunnen open;
. Economische en maatschappelijke crisis, omdat geïndustrialiseerde landen erg afhankelijk zijn van olie en ook transport, voedsel en veel andere producten duurder worden;
. Machtsverschuivingen tussen landen en werelddelen;
. Politieke en maatschappelijke onrust en meer kans op militaire conflicten.

Er zal economische stagnatie optreden: de groei komt tot stilstand of slaat om in krimp. Echter, op middellange termijn zullen de gevolgen meevallen. Aanpassing aan de schaarste en hoge prijzen is goed mogelijk. Ten eerste, een krimpende economie zal minder energie verbruiken. Ook zijn er zeer veel mogelijkheden om het olieverbruik terug te dringen: gedragsverandering, efficientere technologie, energiebesparing en snelle groei van duurzame energiebronnen. Wind en zon zijn de snelst groeiende energiebronnen, met jaarlijkse groeicijfers van 35-60%. Bovendien is het gunstig voor het klimaat indien het verbruik van fossiele brandstoffen vermindert. De financiële, energie en economische crises zouden op korte termijn wel eens een grotere afname van de broeikasgas uitstoot tot gevolg kunnen hebben dan 20 jaar klimaatbeleid. De crises leiden hopelijk tot een positieve ommekeer in het denken en doen.

PEAK FOOD
Een Peak Food situatie zal grotere en ingrijpender gevolgen hebben. In 2007 waren de eerste signalen zichtbaar: sterke afname van de voedselvoorraden, sterke prijsstijgingen, tot 50% of meer, voedselrellen in vele landen en toename van de honger. Het aantal mensen met honger was in 2008 al gestegen tot 963 miljoen mensen [2], [3 FAO, 091208, De staat van de voedselonzekerheid in de wereld].
Begin 2008 besloten landen als China, India, Indonesie, Argentinie en Kazakhstan de export van graan, rijst, mais of soja te beperken, waardoor de tekorten en prijzen verder toenamen.
De voornaamste factoren die tot Peak Food leiden zijn:
I Klimaatverandering;
II Huidige landbouwpraktijken;
III Productie van vlees en zuivel;
IV Grootschalige productie van biobrandstoffen;
V Vervuilende subsidies;
VI Ongelijke welvaartsverdeling, machtsverhoudingen en voedselverdeling;
VII Oorlogen en gewapende conflicten;
VIII Afname landbouwgrond door erosie, urbanisatie en industrialisering;
IX Bevolkingsgroei.

In dit artikel beperk ik me tot de korte bespreking van de oorzaken en gevolgen van de eerste 5 factoren in Deel I en van hun mogelijke oplossingen in Deel II.
Daarmee wil ik de discussie over Peak Food op gang brengen en iedereen oproepen te stoppen met het eten van vlees en zuivel, de uitstoot van broeikasgassen elk jaar met 10% te verminderen, oa door niet meer te vliegen, minder autorijden, enz.
Ieder commentaar is welkom.

DEEL I OORZAKEN VAN PEAK FOOD EN HUN GEVOLGEN

I.I. KLIMAATVERANDERING: HEDEN EN TOEKOMST

INTRO
De huidige en toekomstige klimaatveranderingen worden grotendeels veroorzaakt door de uitstoot van broeikasgassen door menselijke activiteiten. De belangrijkste broeikasgassen [BKG] zijn: koolstofdioxide [CO2], methaan [CH4] en lachgas [N2O]. Daarvan is CO2 het belangrijkst, daarna methaan en lachgas. Per molecuul is methaan een 20 maal zo sterk broeikasgas als CO2 en N2O is zelfs 296 maal zo sterk. Het methaan gehalte in de atmosfeer is vanaf de industriele revolutie verdubbeld en de CO2 concentratie is sterk gestegen, van 280 deeltjes per miljoen [part pro million- ppm], tot 389 ppm in 2008. Elk jaar komen er nu 2-3 ppm CO2 bij. Methaan, lachgas en andere broeikasgassen worden omgerekend tot CO2 equivalenten. De jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen was in 2008 bijna 40 miljard ton CO2-equivalent, waarvan 24 miljard ton CO2, en vertoont een stijgende tendens. De concentratie van BKG bereikte in 2008 een nieuw record. [WMO, 251008]. Naar schatting zal de uitstoot toenemen tot 60 miljard ton CO2 eq. in 2030. Momenteel wordt circa 40% van de CO2 uitstoot door planten en oceanen opgenomen, 60% komt in de atmosfeer terecht, dat is elk jaar 14,4 miljard ton CO2 erbij.

De jaarlijkse uitstoot van BKG per persoon is nu 6 ton per jaar, maar varieert sterk: 33 ton in de VS, 16,4 ton in Nederland, 1 ton in India en 0,02 ton in Tsjaad. Een verlaging van de BKG uitstoot met 80% in de komende 2 decennia is nodig om rampen te voorkomen. [Brown. Plan B 3.0]. Dat betekent een afname van de gemiddelde uitstoot tot 1,2 ton BKG per persoon per jaar. Een moeilijke of zelfs volgens de meeste experts een onmogelijke opgave.
De meeste prognoses gaan echter uit van een verdubbeling of verdrievoudiging van de CO2 concentratie in de atmosfeer tot het einde van deze eeuw, tot 770 ppm of meer. Dat zou een gemiddelde temperatuursverhoging betekenen van 6-10 graden Celsius, tegen een temperatuurstijging van 0,8 graad in de afgelopen 150 jaar. De gevolgen daarvan voor het klimaat zullen desastreus zijn: nog meer droogtes, overstromingen, orkanen en verwoestijning, een stijging van de zeespiegel met minimaal 1,5 tot 2 meter. Wanneer al het landijs op Groenland en West-Antarctica zou smelten betekent dat een stijging van de zeespiegel met 7 meter. Het streven is dan ook internationaal om de temperatuur stijging te beperken tot 2 graad Celsius. Met de gevolgen daarvan zouden we nog, met moeite, kunnen omgaan. Dat is nog altijd 2,5 maal zoveel als de stijging in de afgelopen 150 jaar. Helaas.

Een gemiddelde stijging met 3 graden is al niet meer te voorkomen: de broeikasgassen die dat veroorzaken zitten al in de lucht. Ook de IEA waarschuwt nu voor een klimaat katastrofe en stelde in zijn World Energy Outlook 2008 dat een beperking van de temperatuur stijging tot 2 graden niet meer realistisch is en dat een beperking van de stijging met 3 graden alleen door reusachtige investeringen is te realiseren, nl. met een investering van $ 9200 miljard.
Dat klinkt veel maar is slechts 0,24% van de wereldeconomie en het grootste deel wordt terugverdiend door besparingen op energiekosten. Ook deze prognose is niet waarschijnlijk zoals we zullen zien.
Een gemiddelde stijging met 3 graden betekent niet dat het overal op de wereld zo is: in de tropen zal de stijging het kleinst zijn, ongeveer 1 graad, in de subtropen en gematigde streken wordt het 3 graden warmer en aan de polen zeker 7-10 graden.
Het enige wat we met een goed beleid kunnen doen is het beperken van de schade. Dat zal al moeilijk genoeg zijn. Helaas is dat van 1990 tot 2008 heel slecht gelukt, ondanks het Kyoto Verdrag. De groei van de jaarlijkse uitstoot van BKG is volgens het Global Carbon Project vanaf 2000 tot 2007 VIER MAAL groter dan in de negentiger jaren [3,7% tegen 0,9%].
Deze stijging is zelfs hoger dan in het meest ongunstige scenario van de IPCC.
Dat kan betekenen dat een gemiddelde temperatuurstijging van 6 graden Celsius of meer, in deze eeuw niet meer te voorkomen is. Waar een gemiddelde stijging van 3 graden al rampzalig is, kan men zich voorstellen wat de gevolgen zijn van een stijging met 6 of 7 graden Celsius.
Ter illustratie van onze invloed op het klimaat het volgende.

Tijdens de ijstijden bedroeg de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer 400 miljard ton, tussen de ijstijden in [in de interglacialen] was dat de helft hoger: 600 miljard ton CO2. Die extra CO2 kwam grotendeels uit de oceanen. Nu is de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer al opgelopen tot 800 miljard ton en er komt elk jaar ruim 14 miljard ton CO2 bij. Als de oceanen verder verzuren en warmer worden, zullen ze minder CO2 opnemen. Nu absorberen ze nog ca 6 miljard ton, dat kan teruglopen tot 4 miljard ton. De concentratie CO2 zal dan nog sneller toenemen, de temperatuur zal nog sneller stijgen, enz. Bij 2 graden temperatuurstijging kunnen de bossen en bodems CO2 gaan uitstoten in plaats van opnemen, zoals nu het geval is, door versterkte oxidatie. De permafrost gebieden in Siberië, Canada en Alaska zijn al begonnen te smelten, dat zal in versterkte mate doorgaan. Er komen dan miljarden tonnen methaan vrij. Kortom, wat we dan ook doen, het zal niet meer helpen, de klimaatverandering versterkt zichzelf. Die situatie moeten we uit alle macht voorkomen.

Dat kan alleen als iedereen de komende tien jaar zijn uitstoot van broeikasgassen met 10% per jaar vermindert. Dan is het nog mogelijk om erger te voorkomen.
Anders gaat de menselijke samenleving zware tijden tegemoet: overleven we het of niet?

I.I. OORZAKEN VAN KLIMAATVERANDERING

Er zijn vijf categorien menselijke activiteiten te onderscheiden die het broeikaseffect veroorzaken of versterken [met hun aandeel van de totale BKG uitstoot]:
1..Energiesector [45%];
2..Ontbossing [20%];
3..Vlees en melk productie [18%];
4..Transport [14%];
5..Vervuilende subsidies.

I.I.1 DE ENERGIESECTOR, FOSSIELE BRANDSTOFFEN EN HET BROEIKASEFFECT
Het mondiale energieverbruik bestaat uit 3 soorten energiebronnen:
1..Fossiele brandstoffen, zoals kolen, olie, aardgas [79%];
2..Duurzame energiebronnen, zoals waterkracht, wind en zon [18%];
3..Kernenergie [3%].
We zien dat het aandeel van kernenergie bijna verwaarloosbaar klein is, ondanks het jarenlange gepraat over de noodzaak van een nucleaire renaissance. Het is het laatste decennium zelfs gedaald. Het aandeel duurzame energie groeit snel en is al 6 keer zo groot als dat van kernenergie. Maar het merendeel is nog steeds afkomstig uit fossiele energie.

De voornaamste bron van de CO2 uitstoot is de gigantische en nog steeds groeiende productie en consumptie van fossiele brandstoffen. De productie van kolen, olie en gas bedroeg in 2007 ruim 7,5 miljard ton. De winning en verbranding ervan draagt voor 61% bij in de totale BKG uitstoot. De electriciteits sector stoot daarvan het meeste uit. Tienduizenden stroomcentrales over de hele wereld verstoken enorme hoeveelheden kolen, olie en gas, met een gemiddeld rendement van minder dan 40%. Omdat de levensduur van die centrales 40 jaar of meer is, zal het niet makkelijk zijn om de uitstoot van bestaande en geplande centrales nog voor 2050 te beperken. Tenzij er natuurlijk een groot aantal voor het eind van hun levensduur wordt gesloten, wat hoge kosten met zich mee brengt. De sterke economische groei van vooral China en India gaat gepaard met een zelfs nog sterkere groei van het energieverbruik. In China wordt elke week een nieuwe kolencentrale van 1000 MW in gebruik genomen.
Onlangs werd bekend dat bij de oliewinning grote hoeveelheden aardgas worden afgefakkeld of in de atmosfeer weglekken, goed voor een extra uitstoot van 1 miljard ton CO2-eq. Per jaar. Dat is 2 maal de jaarlijkse Kyoto doelstelling…[Volkskrant 06122008].
De huidige trend om het gebruik van biobrandstoffen te stimuleren leidt tot een stijging van de uitstoot van CO2 en CH4, omdat er veel oerwoud voor de aanleg van oa palmolieplantages wordt gekapt.

I.I.2 ONTBOSSING: BOSKAP EN BOSBRANDEN
Een andere belangrijke oorzaak van klimaatverandering is het kappen en verbranden van bossen, met een aandeel van 20% in de totale BKG uitstoot. Boskap gebeurt niet alleen voor het hout, maar ook om plaats te maken voor grasland en akkergrond voor de verbouw van graan, soja , mais, suikerriet en palmolieplantages, vooral voor de productie van veevoer.
Het is een schande dat in het Kyoto verdrag de uitstoot van BKG door boskap en bosbranden niet wordt meegeteld. Daarom is het beleid er nauwelijks op gericht die te voorkomen en staat er geen prijs op het kappen en verbranden. In de meeste landen bestaat er geen herplantingsplicht, zodat het lucratief is ombossen in brand te steken en te kappen. Als er wel een officieel beleid is, gebeurt ontbossing vaak illegaal.
Het kappen en verbranden van vooral tropische oerwouden heeft mede als gevolg dat er wereldwijd minder regen valt en dat de temperatuurbufferende werking ervan wegvalt. [4]
Tropische bossen zoals in het Amazonegebied leggen grote hoeveelheden CO2 vast. Wereldwijd is er meer dan 5 x zoveel CO2 in bossen opgeslagen dan in de hele atmosfeer aanwezig is. Het is goedkoper om het daar te houden dan de meeste andere maatregelen om BKG emissies te reduceren. Bij 2 graden temperatuur stijging zullen de bossen en de bodem netto CO2 gaan uitstoten, door versterkte oxidatie. In de aardbodem is circa 1600 mljard ton CO2 vasrgelegd. In het jaar 2100 kan daaruit bij een temperatuur stijging van 4 graden zoveel CO2 vrijkomen dat het CO2 gehalte in de atmosfeer met 250 ppm kan stijgen. {Lynas, Zes graden, p.147].

I.I.3 VLEES EN ZUIVEL PRODUCTIE
De veeteelt is verantwoordelijk voor 18% van de totale uitstoot van BKG, door de massale productie van veevoer, de methaanuitstoot door herkauwers, zoals koeien en schapen en het vrijkomen van N2O uit mest. Dat is meer dan de totale uitstoot van alle transport. Elk jaar worden meer dan 60 miljard dieren gefokt en geslacht voor hun vlees, melk, huid, wol of andere producten. Het merendeel wordt in de bio industrie gehouden, waar ze een ellendig leven leiden, levenslang opgesloten. Om al deze dieren te voeden zijn enorme hoeveelheden veevoer nodig. Driekwart van alle landbouwgrond wordt gebruikt voor de productie van veevoer. Meer dan 45% van al het graan, 90% van alle mais en soja en een derde van de totale visvangst wordt aan dieren opgevoerd. Van het graan dat naar deze dieren gaat, kunnen 3 miljard mensen eten. Van de totale tarwe productie van 2100 miljoen ton, wordt slechts 756 miljoen ton direct door mensen geconsumeerd en gaat 1000 miljoen ton in het veevoer.
Dit is een enorme voedselverspilling die we ons niet lang meer kunnen veroorloven. Door de gestegen voedselprijzen is de honger in de wereld sterk toegenomen. Het Westen kan meer voor het veevoer betalen dan de armen voor hun voedsel.
De productie van 1 kg vlees of zuivel verbruikt 100 x meer energie en 100 x meer water dan de productie van 1 kg tarwe of mais. De productie van veevoer, de industriële verwerking van dieren en melk tot vlees en zuivelproducten, het transport en de koeling vergt grote hoeveelheden fossiele energie. Herkauwers als koeien en schapen produceren grote hoeveelheden methaan, [CH4], dat als broeikasgas 23 maal sterker is dan CO2. De gigantische hoeveelheden mest [in China alleen al 2,7 miljard ton] vervuilen niet alleen lucht, water en grond, ze stoten ook zeer veel ammoniak uit, verantwoordelijk voor zure regen en overbemesting. Uit de mest komt ook N2O vrij, een nog sterker broeikasgas dan methaan. De productie van vlees en melk groeit sneller dan de economie. De meeste prognoses gaan uit van een verdubbeling in de komende 25 jaar. Vooral in de opkomende economiën van China en India neemt vlees en zuivel consumptie sterk toe.

I.I.4 TRANSPORT
Gemotoriseerd vervoer is verantwoordelijk voor 15% van de mondiale BKG uitstoot.
Wereldwijd zijn er meer dan 800 miljoen auto’s. Elk jaar worden er 80 miljoen auto’s geproduceerd. Zelfs wanneer de CO2 uitstoot van auto’s halveert in de komende twintig jaar, zal de totale CO2 uitstoot van auto’s toch nog toenemen. Luchtvervoer groeit nog sneller. De verwachting is dat de BKG emissies van transport in 2030 verdubbeld zal zijn. Het aandeel in de totale BKG zal dan stijgen tot tot 25%. De uitstoot door schepen is lang onderschat, het aandeel in het totaal wordt nu berekend op 4%, door het gebruik van zeer goedkope, zeer vervuilende stookolie. [IMO, 2008]. De vier huidige crises kunnen de stijging enigszins verminderen. Maar het snel stijgende en gesubsidieerde verbruik van biobrandstoffen in auto’s compenseert dit effect ruimschoots. De productie van biobrandstoffen resulteert vaak in grotere BKG uitstoot, omdat er veel bossen voor worden gekapt. [MO paper nr.35, Nov. 08]. De luchtvaart vertoont een nog sterkere groei dan het autovervoer. De uitstoot van het gemotoriseerde verkeer zal naar alle prognoses de komende decennia blijven stijgen. Het aandeel in de totale BKG uitstoot zal in 2030 naar verwachting tot zeker 20% zijn toegenomen.

I.I.5 VERVUILENDE SUBSIDIES
Wereldwijd worden honderden miljarden dollars uitgegeven aan vervuilende activiteiten, zoals productie en consumptie van fossiele brandstoffen, transport, vlees en melk productie, visserij, enz. In zijn boek Perverse subsidies berekent NormanWyers dat het totaal van overheidssubsidies aan bedrijven in de VS plus de kosten die deze bedrijven aan milieu en maatschappij toebrengen, uitkomt op $2,600 miljard. Het Europees Milieu Agentschap becijferde voor de EU een subsidie in 2001 van 13 miljard euro aan de kolenindustrie en 8,7 miljard aan de olie- en gasindustrie. Daarnaast subsidieerde Duitsland zijn kolenindustrie in hetzelfde jaar met maar liefst 4 miljard euro, wat neerkomt op 82.000 euro per arbeidsplaats.
In de 30 rijkste landen ging in 2001 $362 miljard aan subsidies naar de boeren. In hetzelfde jaar ging er in die landen ook $71 miljard naar fossiele energie en kernenergie en het waanzinnige bedrag van $1,100 miljard naar het wegverkeer. Wereldwijd werd de visserij in dat jaar voor $25 miljard gesubsidieerd, voor het vernielen van visserijgronden en werd het kappen van oerwouden met $14 miljard gesteund. [Myers, 2001, p.13,14].
Landbouwsubsidies in de VS en de EU samen bedroegen in 2007 $177 miljard. [Brown, p.146]. In 2005 heeft de EU een studie laten uitvoeren door het IEEP naar aard, omvang en gevolg van milieuvervuilende subsidies. De conclusie was voorspelbaar: deze subsidies hebben een zeer negatief effect op klimaat, milieu en op meer duurzame activiteiten. In de EU alleen belopen deze subsidies meer dan 250 miljard euro per jaar.

I.II. GEVOLGEN VAN PEAK FOOD

INTRO
MISOOGSTEN EN HONGERSNODEN: MILJOENEN DODEN TE VERWACHTEN
Het laat zich raden wat er gebeurt als in hetzelfde jaar of zelfs gedurende meerdere jaren achtereen de oogsten in enkele belangrijke landbouwstreken deels mislukken, bijv. in Australie, Argentinie, Brazilie, Canada, China of de VS.
De wereldvoedselvoorraden zijn nu kleiner dan ze in de afgelopen 26 jaar zijn geweest, vooral omdat de consumptie van voedsel de laatste 7 jaar groter was dan de productie ervan. Ze zijn nu toereikend voor 2 maanden [6]. Wat gebeurt er wanneer die voorraden helemaal op zijn? Niet alleen zullen de prijzen enorm stijgen, er zullen ook werkelijke voedseltekorten en hongersnoden ontstaan. Arme landen en arme mensen zullen niet genoeg geld hebben om voldoende voedsel te kopen. Wanneer er geen voedselhulp meer mogelijk is, zal er massale sterfte, tientallen miljoenen mensen, plaatsvinden en enorme vluchtelingenstromen zullen op gang komen. Massale protesten, rellen, opstanden, conflicten, waarschijnlijk ook gewapende, en zelfs oorlogen zullen het gevolg zijn. Dat is precies wat een geheime Pentagon studie enkele jaren voorspelde, zelfs een kernoorlog zou mogelijk zijn.
Het is duidelijk dat er op korte termijn krachtige en adequate maatregelen getroffen moeten worden om dat alles te voorkomen. Welke organisatie heeft de macht en de middelen om een mondiale voedselrantsoenering op te leggen en door te voeren? De VN kan nu geen enkel land dwingen tot het nemen van maatregelen.
Welke maatregelen kunnen er getroffen worden om zo’n situatie te voorkomen?
Helaas is er niets dat er op wijst dat regeringen, de G8 of de VN, plannen hebben klaarliggen om zulke noodsituaties het hoofd te bieden.
Dat moge blijken uit het feit dat VN voornemens van 10 jaar geleden om de honger de wereld in 2015 met de helft terug te dringen tot 400 miljoen ondervoeden mislukt zijn. Het aantal mensen met honger is de laatste 2 jaar juist toegenomen tot 963 miljoen. Inmiddels zijn er in de rijke landen 1,3 miljard mensen die lijden aan overgewicht [obesitas]. De tegenstellingen tussen rijk en arm nemen toe in plaats van kleiner te worden.

I.II.1 GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING
Een gemiddelde stijging van de temperatuur met 1 graad Celsius meer dan in 2008, zal grote droogte in de meeste landbouwstreken veroorzaken en Europa zal superstormen meemaken.
Bij een stijging van 2 graad zullen extreem hete zomers normaal zijn en zullen de oceanen verzuren en dus minder CO2 opnemen. Bij 3 graden zullen het Amazone oerwoud en andere oerwouden branden. Bij 4 zal het Groenlandse landijs gesmolten zijn en zal het zeeniveau met meerdere meters stijgen. Bij 5 graden zullen beide polen ijsvrij zijn en zal de rest van de aarde in woestijnen veranderd zijn. Bij 6 zullen reusachtige hoeveelheden methaan [CH4] uit de oceaanbodems omhoog komen borrelen en zal het broeikaseffect definitief op hol slaan. Alleen in het Perm was het warmer. [Lynas, M., 2007/08, Zes graden, Uitg. Jan van Arkel].
De gevolgen van een gemiddelde temperatuur stijging met 6 graden rond 2100 zal vernietigend zijn voor de menselijke samenleving, natuur en milieu op aarde. Velen weten nog niet wat de volgende generaties te wachten zou kunnen staan en gaan door als tevoor.
Als we dat blijven doen, zal een stijging van de temperatuur met 6 of 7 graden onontkoombaar zijn en zal de laatste generatie die de huidige weelde van goedkope fossiele energie heeft meegemaakt, de gevolgen ervan ondergaan.

Vanaf 1 graad warmer dan in 2008, zullen onregelmatiger weerspatronen optreden:
*Grotere kans op en langere duur van droogteperioden en hittegolven;
*Meer overstromingen, door slagregens, erosie, zeespiegelstijging, stormen & orkanen;
*Mondiale temperatuurstijgingen, vooral in de gematigde en koude streken, die leiden tot het verdwijnen van landijs [gletsjers] en zee-ijs [Noordelijke IJszee];
*Positieve terugkoppelingen. Vooral het smelten van Arctisch ijs gaat in een veel sneller tempo dan de 3% afname per jaar die de IPCC nog in haar laatste rapport aannam, nl. 23 % in 2007 tov 2005. [5] . Door het verdwijnen van zee-ijs zal het tempo van klimaatverandering toenemen, omdat water de zonnestraling absorbeert en ijs de straling reflecteert: een positieve terugkoppeling. Daarvan zijn er meer: verzuurde en warmere oceanen nemen minder CO2 op, zodat er nog meer van de CO2 uitstoot in de atmosfeer terecht komt, wat het broeikaseffect verder versterkt;
*Wanneer de gletsjers in de Alpen, Pyreneen, Himalaya, Andes en andere gebergten nog verder smelten en tenslotte verdwijnen, zullen er grote problemen ontstaan, vooral bij de irrigatie van landbouwgewassen [met bijgevolg kleiner oogsten] en bij de drinkwatervoorziening;
*Meer verdamping en dus sneller watertekort bij landbouwgewassen;
*Sterk toegenomen verwoestijning.

Dit zijn enkele van de ergste gevolgen; er zullen er ongetwijfeld meer zijn. Al deze gevolgen zullen leiden tot kleinere oogsten en vaak tot een afname van de oppervlakte landbouwgrond. Het zal steeds moeilijker worden, zo niet onmogelijk, om een groeiende bevolking de komende decennia van genoeg voedsel te voorzien. Veel landbouwexperts zien een oplossing in een hogere productie van gewassen per hectare, door meer mechanisatie, schaalvergroting, betere zaden, genetische manipulatie en het gebruik van nog meer kunstmest en pesticiden. Maar dat is niet de manier. Hoge energie prijzen zullen mechanisatie, kunstmest en pesticiden te duur maken in grote delen van de wereld. Oplossingen zullen van een andere aard moeten zijn, zoals we Deel II zullen zien.

I.II.2 GEVOLGEN HUIDIGE LANDBOUWMETHODEN.
De huidige landbouw is verantwoordelijk voor enorme voedselverspilling, een grote bijdrage aan de uitstoot van broeikasgassen, het verloren gaan van de laatste oerwouden, het verlies aan biodiversiteit en grootschalige vervuiling van lucht, water en grond door het toenemende gebruik van pesticiden en kunstmest.
De nog steeds toenemende monocultuur, schaalvergroting, afname van de bodemvruchtbaarheid, overbegrazing, erosie en genetisch gemanipuleerde gewassen vergroten de kans op misoogsten en hongersnoden. Schimmels, bacteriën en insecten raken sneller resistent voor bestrijdingsmiddelen, dan dat er nieuwe bestrijdingsmiddelen ontwikkeld worden. Gecombineerd met monocultuur [het gebruik van slechts enkele rassen per gewas, in plaats van vele duizenden lokale rassen vroeger], kan het optreden van resistente plaagorganismen desastreus uitpakken: complete oogsten kunnen mislukken.

I.II.3 VLEES EN ZUIVEL: VOEDSELVERSPILLING
Moderne voedingspatronen met meer vlees en zuivel betekenen nog meer voedselverspilling.
Momenteel wordt ruim driekwart van alle landbouwgrond gebruikt voor de verbouw van veevoer, voor de productie van vlees en zuivel. [7]. Zoals bekend is de productie van vlees en zuivel zeer ondoelmatig, het juiste woord is verspillend, vergeleken met de rechtstreekse consumptie van gewassen. Voor elke kilo vlees of zuivel is 5 tot 10 kilo veevoer nodig. Bijna de helft van alle graan, ruim 90% van alle soja, vrijwel alle mais en een derde van de hele visvangst wordt nu gebruikt als veevoer. Er zou geen voedseltekort zijn als de meeste mensen zouden stoppen met vlees en melk consumptie. Door de groeiende vraag naar graan voor veevoer zijn de tarweprijzen de laatste jaren al verdubbeld. [8]
Er zouden gigantische oppervlakten landbouwgrond minder nodig zijn indien al dat graan, die soja en mais rechtstreeks door mensen zou worden gegeten. Alleen al van de tarwe die nu aan dieren wordt opgevoerd kunnen drie miljard meer mensen eten. Wereldwijd zou het betekenen dat er een heel continent aan landbouwgrond minder nodig zou zijn. Er hoeft geen bos meer gekapt of natuurgebieden ontgonnen te worden. Bovendien vergt de productie van vlees en zuivelproducten 100 maal meer energie en 100 keer meer water per kilo product dan plantaardig voedsel. Het aandeel van de veeteelt in de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is 18%, meer dan de totale transportsector!
Daar komt bij dat wereldwijd bijna de helft van alle voedsel verloren gaat [van productie, vervoer en opslag tot consument] en dat wereldwijd de productie en consumptie van genotmiddelen zoals koffie, thee, cacao, opium en cocaine sterk toeneemt en een groot beslag legt op het krimpend landbouwareaal.

I.II.4 BIOBRANDSTOFFEN
Een nieuwe speler in de strijd om de schaarse landbouwgrond is de teelt van energiegewassen, suikerriet, mais, tarwe en soja voor bio-ethanol en pamolie en koolzaadolie voor biodiesel. De productie ervan verdrievoudigde van 2000-2007. Toch is het aandeel ervan in autobrandstoffen slechts gegroeid van 0,4% in 1990 tot 0,9% in 2005. Die toename is uitsluitend het gevolg van enorme subsidies, $11 miljard in de VS, Canada en de EU in 2006, oplopend tot $25 miljard in 2015.
De grootschalige, sterk gesubsidieerde teelt van mais in de VS heeft al geleid tot een schaarste aan mais in Mexico, met enorme prijsstijgingen als gevolg en honger voor de armen, die terecht vaak in opstand komen.
Ook soja wordt al geteeld als energiegewas, waardoor de productie ervan nog sneller zal stijgen. Het areaal van soja is de afgelopen 10 jaar met 50% toegenomen. Dit gaat gepaard met de kap van steeds meer tropisch oerwoud in bijv. Argentinie, Brazilie en Azië. [2]
Nederland speelt hierbij een belangrijke rol: het is de grootste importeur van soja van de EU, vooral voor veevoer. Het Nederlandse bankwezen is betrokken bij de financiering van grootschalige sojabedrijven.[3].

Ook in de EU wordt veel verwacht van biobrandstoffen in de strijd tegen klimaatverandering en er worden grote bedragen voor uitgetrokken. Het doel was een bijdrage van 10% van biobrandstoffen in 2015. Helaas, bij grootschalige toepassing is grootschalige import ervan nodig. U raadt het al: door de goedkopere grond en arbeidskosten zal het merendeel uit de niet-westerse landen komen, bijv. uit Brazilie en Indonesië, zodat het einde van de tropische bossen nog sneller zal komen dan nu al voorzien wordt.
Bovendien leidt de huidige productie van biobrandstoffen tot een toename van de uitstoot van BKG, geheel in tegenstelling tot de oorspronkelijke doelstelling, die erop was gericht die uitstoot te verminderen. Heftige kritiek van NGO’s en experts hebben in de EU al geleid tot een bijstelling van de doelstelling van 10% tot 5%. Ook dit is te veel. De subsidies ervoor kunnen beter worden besteed. De kosten van biobrandstoffen zijn uitzonderlijk hoog: $900 tot $1700 per vermeden ton CO2. Dit staat in geen verhouding tot de kosten van CO2 op de EU emissiemarkt: 31 euro per ton. [Hauwmeiren, S., 2008, Betalen armen de prijs van slecht beleid?, MO paper nr.25]. Voortzetting van dit beleid is een verspilling van belastinggeld, draagt bij aan een groei van de BKG uitstoot, aan een groei van honger en armoede en aan verdere ontbossing. Tweede generatie technologie waarvoor geen landbouwgrond nodig is zal het in de toekomst wel mogelijk maken dat biobrandstoffen een bijdrage kunnen leveren aan de beperking van de uitstoot van BKG. Dat zal pas na 2020 zijn.

DEEL II OPLOSSINGEN

INTRO
Die zijn nog steeds deels mogelijk, maar alleen als we ons gedrag zeer drastisch veranderen.
Het enige dat we nu kunnen doen is het beperken van de schade, met zeer vergaande en verstandige maatregelen. In dat geval kunnen de ergste gevolgen van peak food nog worden voorkomen. Het is nu of nooit. De komende twee decennia moet de uitstoot van BKG wereldwijd met zeker 80% omlaag. [Brown]. Een vermindering met 40% in 2050 is ten enemale onvoldoende. Er zitten nu al genoeg BKG in de lucht voor een stijging van de temperatuur met 3 graden. Het Stern rapport uit 2006 toont duidelijk dat wanneer er nu maatregelen worden genomen, er veel minder geld nodig is dan twee decennia later. Stern zegt nu dat hij in zijn rapport de snelheid en de gevolgen van klimaatverandering zwaar heeft onderschat. We hebben bij de bestrijding van de kredietcrisis kunnen zien dat er geen gebrek aan geld is. Verder kunnen de honderden miljarden aan vervuilende subsidies geheel ingezet worden ter bestrijding van de klimaatverandering en peak food. Indien al die honderden miljarden die uitgetrokken zijn voor bestrijding van de financiële en economische crises en die nu uitgegeven worden aan vervuilende subsidies, worden besteed aan een groenere, duurzame economie. Dat zal goedkoper, veiliger en verstandiger zijn.
De meest urgente en logische oplossingen zijn:
1 Onmiddellijk stoppen met ontbossin;
2 Het gebruik van fossiele brandstoffen met 80% terugdringen in 2020;
3 Het stoppen van het gebruik van voedselgewasen als graan, mais en soja voor veevoer;
4 Het stoppen van de verbouw van biobrandstoffen op landbouwgrond;
5 Aanleg van grote voedselvoorraden en opzetten van voedselrantsoenering;
6 Het beperken van verliezen in de keten van voedselproductie en consumptie;
7 Het beter besteden van milieu vervuilende subsidies.

II.1 OPLOSSING VOOR ONTBOSSING
Het effectief tegengaan van boskap en bosbranden en het verplicht stellen van herbebossing is een van de meest effectieve en goedkope maatregelen om klimaatverandering en verlies aan natuur en biodiversiteit tegen te gaan. Nu is dat moeilijk omdat bestaand bos niet valt onder het Kyoto-verdrag en niet mee doet aan CO2 handel. Ook is herbebossing na illegale houtkap en bosbranden in de meeste landen niet verplicht. Recente studies, zoals het Engelse Stern rapport uit 2006 en het McKinsey rapport van januari dit jaar, tonen aan dat het behoud van vooral tropische oerwouden de beste en goedkoopste mogelijkheid is voor een onmiddellijke, aanzienlijke vermindering van de CO2 uitstoot.
Daarvoor is het wel nodig dat het niet kappen van bossen meer gaat opleveren dan het kappen ervan, zodat het geld gaat opbrengen om die bossen te laten staan. Helaas geven regeringen er tot nu toe de voorkeur aan om de teelt van energiegewassen en CO2 opslag te subsidieren, terwijl bossen een enorme en goedkope CO2 opslag zijn. Bossen bevatten twee maal zo veel CO2 als de hele atmosfeer bij elkaar.
Een recent rapport van het Global Canopy Programme concludeert: “Als we de bossen verliezen, verliezen we het gevecht tegen klimaatverandering”. [9]
Wanneer ontbossing met succes wordt gestopt, zal de uitstoot van broeikasgassen met 20% dalen. Dat is 2,5 keer de doelstelling van het Kyoto verdrag.

II.2 OPLOSSING VOOR KLIMAATVERANDERING DOOR FOSSIELE ENERGIE
Simpel door toepassing van energiebesparende maatregelen, toename van energie efficientie en grotere inzet van duurzame energie kan het gebruik van fossiele brandstoffen makkelijk met 60% verminderd worden, met gebruik van al bestaande technieken. Alleen al het toepassen van de beste energie efficiency maatregelen kan het verbruik van fossiele brandstoffen met een factor terugdringen, binnen 25 jaar. Gedragsverandering zal ook een grote bijdrage kunnen leveren. Het groeidenken en het doorgaan op de oude voet [Business As Usual] zal totaal op zijn kop gezet moeten worden. Nu nog gaan de meeste prognoses van het IEA, Wereldbank, IMF, etc. uit van een groei van het gebruik van fossiele brandstoffen met 45% in 2030. Maar andere organisaties stellen dat deze groeitrend kan worden omgekeerd in een vermindering met 50%. Prognoses van de Energy Watch Group en Greenpeace laten een groei van het aandeel van duurzame energie zien van 18% nu tot 35% in 2030.

II.3 ALTERNATIEVEN VOOR DE HUIDIGE LANDBOUW, VOOR VLEES- EN MELKPRODUCTIE EN VOOR DE VISSERIJ
De huidige gemechaniseerde, grootschalige landbouw met zijn monocultuur, kunstmest en pesticiden, gedomineerd en gesteund door grote multinationals en regeringssubsidies, zal vervangen moeten worden door kleinschalige, biologische en lokale landbouw. De grond moet het bezit worden van degenen die het verbouwen. De rol van de grote multinationals die honderdduizenden hectares grond opkopen van kleine boeren en er grootschalige monocultures van maken moet verminderd worden. Meer aandacht moet gaan naar vrouwen, die de helft van al het voedsel produceren. Zij moeten het eigendom van hun grond krijgen en de middelen om het beter te bewerken. Door de hogere prijzen van olie, transport, kunstmest, pesticiden, machines, enz., zal gemechaniseerde, grootschalige landbouw te duur worden en achterhaald. Monoculturen moeten vervangen worden door veel meer en lokale gewassen en rassen.
Met de mythe van de vrije markt van het Westen als argument en handels en lening restricties als dreiging, werden vele derde wereld landen gedwongen om hun grenzen open te stellen voor westerse producten. Hun markten werden daarna overspoeld met goedkope, zwaar gesubsidieerde producten, hun boeren werden de markt afgeprijsd en werden werkloos, de lokale voedselproductie nam af en hun afhankelijheid van import nam toe. De boeren werden gedwongen om marktproducten te gaan verbouwen, maar kregen er te lage prjzen voor van de multinationals. Deze bepalen de prijs en kontroleren de markt. Ze beheersen de hele keten van voedsel productie en consumptie, van zaden, kunstmest, pesticiden, voedelverwerking, transport, distributie en marketing. Dit perverse systeem moet gestopt worden. Regeringen en boeren moeten opnieuw zeggenschap krijgen over hun land en welke gewassen ze verbouwen.
De multinationale bedrijven moeten genationaliseerd worden, in kleinere onderdelen geknipt en overgenomen door boerencoöperaties en consumentenorganisaties.

MAKKELIJKE OPLOSSING
Er is een makkelijke en goedkope oplossing voor het voedselprobleem en voor vele andere problemen. Dat is een veganistische, biologische landbouw. Mensen hebben geen dierlijke producten als vlees en melk nodig om gezond te blijven. Daarover doen vele sprookjes de ronde. Een daarvan is dat koemelk drinken goed is voor de gezondheid en tegen botontkalking. Het tegendeel is het geval. In landen waar mensen geen of weinig melk drinken, zoals Japan, is er veel minder botopntkalking dan in landen waar juist heel veel melk wordt gedronken, zoals in Nederland en Zweden. Het vet in vlees veroorzaakt een te hoog cholesterolgehalte in het bloed; veganisten hebben een veel lager, gezond cholesterolgehalte. Ook hartaanvallen en vaataandoeningen komen bij vlees- en melkconsumenten veel vaker voor. De productie van vlees en melk kan en moet minimaal met 80% verminderen.

VOORDELEN VEGANISME
Veganistische en biologische landbouw heeft zoveel voordelen, dat men zich afvraagt waarom mensen toch doorgaan met het eten van dierlijke, niet biologische producten:
. Er is 5x minder landbouwgrond nodig voor dezelfde hoeveelheid voedsel;
. Geen noodzaak om meer bossen en andere natuurgebieden te kappen of te ontginnen;
. Grote oppervlakten land die nu gebruik worden voor de productie van veevoer [75% van alle landbouwgrond wordt daar nu voor gebruikt], kunnen herbebost worden en teruggegeven aan de natuur;
. Het uitsterven van vele planten en dieren wordt daarmee voorkomen;
. De uitstoot van broeikasgassen gaat met 18% omlaag;
. Overbegrazing en de daardoor veroorzaakte erosie wordt beëindigd;
. De vervuiling van lucht, water en land door dierlijke mest, kunstmest, pesticiden, hormonen en antibiotica neemt met minimaal 80% af;
. Vele ziekten van dieren en mensen zullen verdwijnen of minder gevaar opleveren, zoals Salmonella, BSE, Mond en klauwzeer, varkenspest, vogelpest, blauwtong en vele anderen;
. Het gevaar van het overstappen van dierziekten op mensen zal grotendeels verdwijnen omdat dit het meest gebeurt op grote boerderijen en door lange afstnds transport;
. De menselijke gezondheid zal verbeteren;
. Het lijden van tientallen miljarden dieren in de bioindustrie komt tot een einde;
. Geen voedseltekorten en geen honger. Al het voedsel dat nu in veevoer wordt verwerkt is genoeg om meer dan 3 miljard mensen te voeden. Er blijft veel meer graan, mais en soja over voor menselijke consumptie.

Echter, er is mij nog geen regering of landbouwminister bekend die in een veganistische landbouw en levenswijze is geïnteresseerd of die bevordert. Terwijl wel de productie van biobrandstoffen met miljarden wordt gesubsidieerd, die geen van deze voordelen kent. Alle landbouwsubsidies gaan nu nog naar vervuilende, zgn. conventionele landbouw. Maar er verandert toch iets. Sommige regeringen en ministers roepen al op om minder vlees- en melkproducten te consumeren. Wanneer alle externe kosten die het gevolg zijn van vlees, melk, ei productie en van visserij worden doorberekend in de prijzen, zouden de prijzen minimaal verdubbelen en zou de consumptie fors teruglopen. Dat zou een goed begin zijn.

I.4 GEEN BIOBRANDSTOFFEN
Wanneer er voedseltekorten zijn en de de prijzen van tarwe, mais, rijst en soja zijn verdubbeld, is het misdadig om die voedingsmiddelen te gebruiken om er biobrandstoffen van te maken. Arme mensen betalen daarvan de prijs, omdat ze onvoldoende voedsel kunnen kopen. De OECD verwacht een verdubbeling van de vraag naar tarwe voor de productie van biobrandstoffen in 2012. Dat zal bijdragen aan hogere voedselprijzen. Voor een aandeel van biobrandstoffen van 10% in autobrandstoffen, zullen er vele miljoenen hectares landbouwgrond nodig zijn. Wanneer alle landbouwgrond in de EU gebruikt zou worden voor de verbouw van biobrandstoffen, zou het aandeel nog maar de helft bedragen. Nu is dat aandeel nog geen 1%. Het is duidelijk dat het geen enkele zin heeft om hier mee door te gaan. Het is alleen aan subsidies en wettelijke verplichtingen te danken dat de groei van de productie ervan zo sterk stijgt: een verdubbeling in de afgelopen 4 jaar. Omdat er in de EU geen grond genoeg is om het zelf te produceren, gaat men biobrandstoffen invoeren, uit landen als Brazilië en Indonesië. Daar worden er weer grote stukken bos gekapt, waardoor de uitstoot van BKG toeneemt, terwijl het de bedoeling was om die juist te laten afnemen door het gebruik van biobrandstoffen.
Een iets betere aanpak is het om 2de generatie technologie te gaan toepassen, die bestaande afvalstromen gebruikt ipv op landbouwgrond geteelde gewassen. Nog beter is het om geleidelijk strengere emissienormen in te voeren voor nieuwe auto’s, van een gemiddelde van 160 gram CO2 per km, naar 120 gram in in 2010, 60 gram in 2020 en 40 gram in 2025. Er zijn nu al auto’s die maar 88 gram CO2 per km halen, technisch is het prima mogelijk. Zo’n aanpak levert veel meer resultaat op, zonder enorme subsidiebedragen. In 2025 zou de CO2-uitstoot van auto’s hierdoor al met 40% kunnen dalen. Ook electrische auto’s zijn beter, vooral als de stroom uit duurzame energiebronnen komt. Het beste is natuurlijk minder auto rijden, een beter openbaar vervoer, bevordering van fietsen en wandelen.

II.5 MINDER VOEDSELVERLIEZEN
Bij zowel de productie, transport, opslag, bewerking en consumptie gaat circa de helft van al het voedsel verloren. In Westerse landen gooien mensen een derde van het voedsel weg, omdat het te oud is of beschimmeld of omdat ze het niet lekker vinden. Maar ook bij de opslag en verwerking gaat er veel verloren.

II.6 AANLEG VOEDSELVOORRADEN
Wereldwijd zijn de voedselvoorraden gedaald tot het laagste niveau in 30 jaar. Graanvoorraden zijn nog maar toereikend voor 2 maanden. Dat komt enerzijds omdat de voedselconsumptie de laatste 7 jaar groter was dan de productie, anderzijds omdat veel landen hun reserves hebben verkleind. Dit op advies van oa de Wereldbank, het IMF en WTO. De kosten van het aanleggen en het aanhouden van voedsel zouden te hoog zijn; de vrije markt zou die rol overnemen, zeiden ze. Wat ze niet zeiden was dat het bestaan van voedselvoorraden een prijsregulerend effect hadden en speculaties met voedsel minder aantrekkelijk maakten. De meeste regeringen hebben daar nu spijt van: hun voedselvoorraden zijn grotendeels verdwenen en hun bevolking protesteert tegen de hoge prijzen. Speciaal de arme landen die grotendeels afhankelijk zijn van voedselimport, worden getroffen door de hoge prijzen. Om herhaling hiervan te voorkomen, moet er in jaren met goede oogsten zo veel mogelijk voedsel worden opgekocht om de voorraden te laten toenemen. Dat voorkomt bovendien lagere voedselprijzen voor de boeren als de oogsten groot zijn. De voorraden moeten uiteindelijk toereikend zijn voor minimaal 2 jaar. Het aankopen van zulke grote voorraden kan alleen als er minder voedsel als veevoer gebruikt wordt.
Het aantal mensen met honger is de laatste 2 jaar met meer dan 100 miljoen gestegen, tot meer dan 930 miljoen. Zonder de aanwezigheid van grotere voedselvoorraden dan nu, zal het in de toekomst niet meer mogelijk zijn om hongerende bevolkingen voldoende voedsel te verstrekken. Bovendien zal er wereldwijd een systeem van voedselrantsoenering moeten worden opgezet, voor het geval dat voorraden niet toereikend zijn.

II.7 STOPPEN MET VERVUILENDE SUBSIDIES
Het is een sprookje dat het voorkomen van klimaatverandering zoveel geld zou kosten dat het de economie zou ontwrichten. Integendeel, op korte en op lange termijn levert het geld op!
Er wordt nu wereldwijd door regeringen ruim $500 miljard aan vervuilende subsidies per jaar uitgegeven. Deze subsidies komen vooral ten goede aan de productie van fossiele energie, vlees en zuivel, niet-duurzame landbouw, wegtransport, luchtvaart en kernenergie. Landbouwsubsidies bedragen wereldwijd $280 miljard, waarvan $134 miljard in de EU en $43 in de VS. [Brown, p.146]. Indien regeringen die subsidies de komende 10 jaar tot nul zouden terugbrengen, zou er over de periode 2010 tot 2030 een bedrag vrijkomen van $7500 miljard.
De helft ervan kan besteed worden aan het terugdringen van de uitstoot van BKG , dmv energiebesparing en duurzame energie. De andere helft kan gestort worden in een fonds dat de schadelijke gevolgen van klimaatverandering voor de meest getroffen gebieden vermindert, vergoedt of compenseert.

CONCLUSIES
1. Binnen 10 tot 15 jaar zullen er voedseltekorten en hongersnoden ontstaan.
2. Door het ontbreken van voldoende voedselvoorraden en het ontbreken van een systeem van voedselrantsoenering zal er massale sterfte optreden en zullen er enorme stromen vluchtelingen op gang komen.
3. Het is op dit moment niet waarschijnlijk dat regeringen tijdig de nodige maatregelen treffen om een Peak Food situatie te voorkomen of voedselvoorraden aanleggen om de gevolgen van hongersnoden te beperken. Hier ligt een rol voor de EU om het initiatief te nemen om te komen tot oplossingen voor dit probleem.
Zie maar hoe de Westerse regeringen het Kyoto verdrag alleen lippendienst bewijzen.
Immers, ondanks de ondertekening door veel landen van het Kyoto verdrag is de uitstoot van broeikasgassen sinds 1990 alleen maar gestegen, ondanks alle beloftes, de druk van de publieke opinie en de steeds alarmerender rapporten van de IPCC.
De uitstoot van CO2 is wereldwijd vanaf 2000 tot 2007 driemaal zo snel gestegen als in de periode 1990 tot 2000, ondanks het Kyoto verdrag, namelijk met 3% per jaar, vergeleken met 1% per jaar in de periode 1990 tot 2000. Intussen gaat het proces van klimaatverandering minimaal drie maal zo snel als nog enkele jaren geleden voorspeld. [11]

Over voedseltekorten en hongersnoden op korte termijn wordt nog nauwelijks nagedacht en dus is er in de verste verte geen internationaal of nationaal beleid voor ontwikkeld.
Wie zal er dan voor zorgen dat er binnen 10 jaar geen honderden miljoenen mensen zullen sterven van de honger?
Terwijl het nu nog zo makkelijk is om zulke rampen te voorkomen: er moet nu iets gedaan worden. Hier ligt een rol voor milieu-, energie- en ontwikkelingsorganisaties.

NOTEN EN BRONNEN
1 Peak Oil, New Scientist, 271007, p.5
2 Ministerie van LNV, Duurzame Soja, Brief aan 2e Kamer, p.1, 060607
3 Idem
4 Howden, Daniel, The hidden cause of global warming; The Independent , 140507
5 Arctic ice melting away. New Scientist 061007, p.7
6 Voedselvoorraden
7 Driekwart landbouwgrond voor veevoer
8 Verdubbeling graanprijzen
9 Global Canopy Report, 140507, Oxford
10. An answer to the Global Food Crises, 24-408, www.viacampesina.org
11. IEEP, March 2007, Reforming Environmental Harmful Subsidies, Report for the EU Commission DG Environment
12. Metro, Klimaatprobleem: drie voor twaalf, 040607

. Keith Akers, Bringing an End to World Hunger. www.compassionatespirit.com
. www.veganorganic.net/info
. Harry Mather, 2001, Feeding the World, Vegan Views 89
. Meat means Misery for the World’s Hungry, www.goveg.com/worldHunger.asp
. Feeding the World, www.veganvillage.co.uk/vegfam/feed.html
. Myers, N. & Kent, j., 2001, Perverse Subsidies, Island Press, Washington DC
. Stern Report, 2006, Economics of Climate Change, Report for UK government
. McKinsey Report, January 2007, Climate Progress
. WWI [World Watch Institute], The State of the World, 2008, 2009
. WWI, 2008, Flavin, C., Low Carbon Energy – A Roadmap
. IPCC, 2008, laatste rapport
. Compassion in World Farming [CIWF], The Global Benefits of Eating Less Meat, 2004
. CLM, Utrecht, 2007, Vlees slechter voor milieu dan autorijden,
. FAO, 2006, Livestock’s Long Shadow
. FAO, 091208, De staat van de voedselonzekerheid in de wereld
. Eating The Earth, 2006, The Vegan Society, www.vegansociety.com
. Brown, L., 2008, PLAN B 3.0, Mobilizing to Save Civilazation. W.W.Norton & Company
. Lynas, M., 2008, Zes Graden, Uitg. Jan van Arkel
. Pearce, F., 2008, De laatste generatie, idem
. Monbiot, G., 2008, Hitte, idem
. MO paper nr.35, 2008,Hauwmeiren, S., Betalen de Armen de prijs van slecht beleid?
. MO paper, 141208, Braun, J., Noordelijke Ijszee ijsvrij in 2015, Manitonba Univ., VS
. IFPRI [International Food Policy research Institute
. WMO, 251108, Geneve, Hoogste concentratie broeikasgassen ooit; In FD, 261108
. WWF 201008, Climate Change, faster, stronger, sooner
. Algemene Rekenkamer, 301008, Duurzame Visserij
. Duurzame en Solidaire Economie, 161009, info@economische groei.net
. FAO, 091208, De staat van de voedselonzekerheid in de wereld
. New Scientist, 061208, Deborah Mackenzie, The 21st-century landgrab
. UN, 2008, Renewable Energy can supply 15 times energy as we use now, in: New Scientist, 111008, p.28
. WHO, 181208, Climate Change responsible for 1,3 million deaths since 2000.

(december 2008)

naar boven

Nieuwe kolencentrales:
doodsteek voor windenergie, WKK en Kyoto

Door de bouw van 5 grote kolencentrales van elk 1000 MegaWatt [MW], waarvan 2 in de Eemshaven in Groningen, wordt de uitbreiding van windenergie en Warmte Kracht Koppeling [WKK] onmogelijk gemaakt.
Ondanks alle groene plannen van dit kabinet wordt er zo een dikke streep gezet door de bouw van 6000 MW extra windvermogen en ruim 5000 MW WKK.

CO2 uitstoot omhoog
Kolencentrales stoten, zoals bekend, 2 keer meer CO2 uit per KWh dan een moderne gascentrale [STEG], 2,5 keer meer dan een WKK centrale en wel 20 keer meer dan windturbines. Daardoor zal het toch al onhaalbare kabinetsplan om de uitstoot van CO2 in 2020 met 20% te verminderen bij lange na niet gehaald worden.
Tennet, de beheerder van het hoogspanningsnet, heeft erop gewezen dat het huidige hoogspanningsnet overbelast zal raken door het vervoer van de kolenstroom over het net naar de plek waar de stroom gebruikt gaat worden.
Daardoor is er geen vervoerscapaciteit meer voor windenergie, voor stroom uit biogasinstallaties, waar nu al bouwvergunningen voor afgegeven zijn, en evenmin voor de 5000 MW aan WKK vermogen dat vooral tuinders de komende jaren willen neerzetten.
Hoe erg is dat?
Het is nog erger dan het eruit ziet.

WKK nodig voor aanvulling op windvermogen
Windturbines leveren geen stroom in vollast, zoals kolencentrales, dwz het jaar rond.
Windturbines op zee leveren hooguit 30% van de tijd stroom. Dat wisselende stroomaanbod maakt aanvulling noodzakelijk. Het meest geschikt voor die functie zijn nu juist WKK centrales, omdat die snel opstartbaar zijn. Kolencentrales kunnen die functie niet vervullen, omdat ze zo veel mogelijk continu draaien [in basislast] en omdat ze zeer beperkt regelbaar zijn, het duurt een paar dagen om ze uit en aan te zetten. Wel zijn er een aantal kolencentrales die met gas bijgestookt kunnen worden; deze kunnen dus snelle veranderingen in vraag en aanbod van stroom beter opvangen.
Voor elke 1000 MW aan windturbines is er ruwweg 1200 MW aan WKK vermogen nodig.
Voor elk klimaatbeleid is de bouw van extra WKK wezenlijk om de BKG uitstoot te reduceren, omdat ze zo’n hoog totaalrendement hebben [85-95%], zodat de CO2 uitstoot per KWh zeer laag is, rond de 200 gram/KWh.
Het is duidelijk: zonder die 5000 MW nieuw WKK vermogen, zal er van 6000 of 7000 MW nieuw wind- en biogasvermogen niets komen, er is geen plek op het net om het in te passen.

Enige uitweg: verplichting opslag CO2
Minister Cramer heeft de vergunning voor de bouw van 5 nieuwe kolencentrales te lichtvaardig verleend. Bovendien heeft ze verzuimd om de vergunning te koppelen aan de verplichting om al de CO2 die de nieuwe kolencentrales gaan uitstoten op te vangen en [ondergronds] op te slaan, de zgn. CCS [Carbon Capture & Storage] techniek.
Zonder de verplichting om dat vanaf 2015 te doen, zullen die kolencentrales zeker gebouwd worden. Reden: bij deze hoge olieprijzen zijn ze zeer rendabel, de investeringen zijn binnen 4 tot 5 jaar terugverdiend.
Nu is de CCS techniek nog onvoldoende ontwikkeld om grootschalig en commercieel te worden toegepast. Men verwacht dat dit binnen 5 tot 10 jaar wel het geval zal zijn. De kosten zullen echter hoog zijn, waarschijnlijk zo hoog dat investeerders van de bouw van kolencentrales zullen afzien als de verplichting tot CCS wordt opgelegd. Bovendien is er zoveel energie nodig voor CCS dat het rendement van kolencentrales met 30% afneemt, zodat de CO2 uitstoot per KWh nog hoger komt te liggen, bij ruim 1100 gram CO2 per KWh.

Coal Peak
Iets wat nog weinigen weten is dat de winbare kolenreserves binnen enkele decennia op zullen zijn. Tot nu toe werd algemeen aangenomen dat er nog voor honderden jaren kolen waren. Uit nieuw onderzoek blijkt dat de piek van de kolenproductie rond 2015 al wordt bereikt en dat ze tegen 2045-2050 op zullen zijn. De kolenprijs zal waarschijnlijk ook zonder CCS in de toekomst de olieprijs gaan benaderen. Van 2000 tot nu is de kolenprijs al vervijfvoudigd. Investeerders zullen zich dat ook realiseren, vandaar dat ze nu haast hebben om kolencentrales te bouwen om nog winst te kunnen maken. Hier komt het winststreven van de vrije markt in botsing met het Nederlandse en internationale klimaatbeleid.
Gezien dit alles is het de vraag of het wel zo slim is nog kolencentrales te bouwen.

Extra CO2 uitstoot: Kyoto-norm onhaalbaar
De uitstoot van 5 kolencentrales van elk 1000 MW gedurende de komende 30 jaar is circa 31,5 miljoen ton per jaar, uitgaande van een capaciteitsfactor van 90% [7880 uur per jaar], een elektrisch rendement van 40% en een uitstoot van 0,8 kg CO2 per KWh. Dat is 15% van de totale uitstoot van broeikasgassen [BKG] in Nederland [208 miljoen ton] in 2006.
De BKG uitstoot in 2006 lag 3% onder die van 1990. Wanneer de vijf kolencentrales in 2012 in bedrijf zouden gaan, zou de BKG uitstoot in een klap 12% boven het niveau van 1990 liggen!!! Dit terwijl Nederland volgens het Kyoto-verdrag verplicht is om in 2012 zes procent minder BKG uit te stoten.
De bouw van vijf kolencentrales maakt het voor Nederland in de praktijk dus onmogelijk om zich aan het Kyoto-verdrag te houden en tevens om de aangekondigde reductie van de uitstoot van BKG van 20% in 2020 te realiseren.
Des te meer omdat in 2006 ruim twintig procent van al onze stroom werd ingevoerd. De CO2 uitstoot die daarmee gepaard ging, werd niet meegeteld bij de berekening van de totale Nederlandse uitstoot van broeikasgassen. Die CO2 uitstoot werd als het ware uitbesteed aan het buitenland. Wanneer er echter vijf kolencentrales bijkomen zal Nederland geen stroom meer hoeven in te voeren. Het gevolg is dat de Nederlandse BKG uitstoot in 2012 niet met 12% zal stijgen, [in plaats van met 6% af te nemen], maar zelfs met 18,5%.

Conclusie: kolencentrales hebben alleen nadelen
Met het geven van vergunning voor de bouw van 5 grote kolencentrales maakt dit kabinet het zichzelf onmogelijk om in 2012 de Kyoto-norm en in 2020 hun eigen CO2 reductie doelstellingen te halen. Bovendien wordt ook de doelstelling van een 20 procent aandeel van duurzame elektriciteit in 2020 onhaalbaar. Verder wordt een van de meest aantrekkelijke opties om de CO2 uitstoot structureel te verminderen; de bouw van 5000 MW aan WKK centrales, de nek omgedraaid. WKK centrales hebben namelijk een bijzonder hoog energierendement: tussen de 85 en 95%, omdat ze niet alleen stroom produceren maar ook warmte leveren. Kolencentrales hebben zoals eerder opgemerkt slecht een rendement van hoogstens 40%. De overige 60% van de energie wordt als koelwater in het milieu geloosd.
Er wordt vaak op gewezen dat kolen nodig zijn voor diversificatie van energiebronnen, de risico’s voor onderbreking van energielevering worden verkleind door ze te spreiden over zoveel mogelijk.verschillende energiebronnen.
Die diversificatie kan echter evengoed bereikt worden door maximaal in te zetten op windenergie, biogasinstallatie en energiebesparing.
De eindconclusie luidt dan ook: doe alles wat mogelijk is om de bouw van die kolencentrales te voorkomen.
Het is eveneens een aanfluiting van de democratische besluitvorming dat deze feiten en deze discussie bij mijn weten noch in het parlement, noch in de media bekend waren cq gevoerd is.
Het is veelzeggend voor de macht van de grote energiebedrijven [Essent, Nuon, E.on, RWE, Electrabel] dat minister Cramer eerst stelde dat de CO2 uitstoot van de kolencentrales opgeslagen diende te worden als voorwaarde voor de vergunning, maar die eis later geruisloos liet vallen. Het parlement zag toe en zweeg. En wat doet de milieubeweging? Nog onvoldoende. Ze zou vaker en harder aan de bel moeten trekken.
(6 februari 2008)

naar boven

Alternatieven voor biobrandstoffen

10% biobrandstof nadelig en compleet overbodig.
Zuiniger auto's vijf keer beter en goedkoper.


Hoe dom kunnen regeringen zijn.
Eerst bedenkt een leger van deskundigen, ambtenaren en politici een doelstelling van een toevoeging van 10% biobrandstoffen aan autobrandstoffen in 2020, om er vervolgens achter te komen welke nadelen er aan kleven, nl. wereldwijd hogere voedselprijzen en ontbossing in derde wereld landen plus hoge subsidiebedragen. Bovendien is een vermindering van de CO2 uitstoot door auto’s met 10% in 2020 lang niet genoeg om het EU doel van 20% reductie in de uitstoot van br oeikasgassen te halen. Maar wat dan?

Heel eenvoudig, er is een mechanisme dat aantoonbaar werkt en geen cent kost:
een EU richtlijn voor brandstofverbruik voor nieuwe auto’s die per 2, 3 of 5 jaar telkens wat strenger wordt.
Nu is het gemiddelde brandstofverbruik ongeveer 1 liter per 12 km. Zuinige nieuwe auto’s halen al 1 op 22. Potentieel is 1 op 100 mogelijk, zoals Volkswagen een aantal jaren geleden met een prototype liet zien. Maar dat zal op grote schaal pas op langere termijn gerealiseerd kunnen worden. Indien de eis geleidelijk wordt opgeschroefd tot 1 liter per 30 km in 2021, dan wordt al een reductie van de CO2 uitstoot bereikt met 60%! Er is dan elke 3 jaar een aanscherping nodig met een extra 4,5 km per liter. Natuurlijk duurt het circa 8 jaar voordat het hele wagenpark is vervangen door zuiniger types, maar dan nog worden veel grotere reducties behaald dan met de eis van 10% biobrandstof in 2020, tot vijf keer groter. Het extra voordeel is dat het de EU geen cent hoeft te kosten. De steeds scherpere eisen zullen moeten gelden voor alle auto’s, voor made in EU en voor import.
Met dit voorstel zou er in 2025 een vermindering van de CO2 uitstoot door auto’s behaald worden van ruim 50%. Vooropgesteld dat het aantal auto’s in de EU vanaf 2010 stabiel blijft.
Dat gaat heel wat vlotter dan zoals het nu gaat.

Er is nu veel gesteggel tussen de EU en de Duitse en Franse auto-industrie over terugdringing van de CO2 uitstoot per km, waarbij de auto-industrie aan het langste eind trekt. In 1995 stelde de auto industrie in de EU zichzelf een doel van 120 gram CO2 uitstoot per km te bereiken in 2005, om het vervolgens niet te halen. Nu ligt er dan een afgezwakt voorstel dat een uitstoot van 130 gram CO2 per km beoogt, te behalen in 2020. Vijftien jaar later, too little too late. Natuurlijk met uitzonderingen voor zwaardere auto’s. Dat schiet niet echt op.

De voordelen van de bovengenoemde geleidelijke aanscherping zijn legio, niet alleen voor het klimaat, ook voor de Europese auto-industrie en voor het EU budget. Wereldwijd is er een groeiende belangstelling voor steeds zuiniger auto’s, zowel om het broeikaseffect te vertragen, voor het milieu en de volksgezondheid, om minder afhankelijk te zijn van de olielanden als om langer toe te kunnen met de bestaande olievoorraden. Kortom, louter voordelen en niet de nadelen die biobrandstoffen hebben. Indien de EU voorop zou lopen met de productie van steeds zuiniger auto’s, wat nu niet het geval is. zal dat de export flink stimuleren.
Het allerbeste zou natuurlijk zijn als iedereen de helft minder ging autorijden en meer ging fietsen of wandelen, maar daar zou een tien maal hogere benzineprijs voor nodig zijn en een flinke ingreep in de ruimtelijke ordening. Zover is het nog niet.

Op de langere termijn zie ik snelwegen voor me, vol met lichtgewicht overkapte, gestroomlijnde vier persoons trapauto’s die met een comfortabele 70 km per uur geruisloos voorbij zoeven. CO2 uitstoot nul, gezondheid goed, milieu beter. Utopie?
(17 januari 2008)

naar boven

Verzwijgen is ook liegen

In zijn artikel “Koester onze koeien” (VK 27/12/07) stelt de heer Hofstra de veehouderij zo voor alsof veeteelt de redding is voor het milieu. Het tegendeel is het geval.

Hij poneert allerlei stellingen als feiten terwijl die aantoonbaar onjuist zijn. Ten eerste suggereert hij dat koeien indirect meer CO2, dat het voornaamste broeikasgas is, opnemen dan ze afgeven. Per ha. zouden koeien volgens hem netto circa 7000 kg CO2 vastleggen [20.000 min 13.000].
In werkelijkheid komt natuurlijk alle opgenomen CO2 in korte tijd weer in de atmosfeer terecht. Dat niet alleen, ook wordt een deel van het opgenomen CO2 omgezet in veel sterkere broeikasgassen, zoals methaan [CH4], dat per molecuul 23 keer sterker werkt als broeikasgas als CO2 en in lachgas [N20] dat liefst 296 keer zo’n sterke broeikaswerking heeft.
Tenslotte wordt circa 80 % van al het veevoer ingevoerd, dat hier in Nederland omgezet wordt in CO2, CH4 en N2O. Volgens recent onderzoek is de uitstoot op Nederlandse veeteeltbedrijven per ha ongeveer 12.000 kg CO2 equivalent [1]. Dat is 19.000 kg meer dan Hofstra stelt. Voor de totale opp. van 1,25 miljoen ha. gras en mais is dat een verschil van bijna 24 miljoen ton CO2!!
Om dat te compenseren zou 30 tot 60 ha. nieuw bos nodig zijn!

Volgens de VN organisatie FAO [Food & Agriculture Organisation] levert veeteelt een van de grootste bijdragen aan de huidige belangrijkste milieuproblemen.
Wereldwijd is veeteelt verantwoordelijk voor 18% van alle uitstoot van broeikasgassen en tevens voor ernstige vervuiling van water, bodem en lucht [2]. Als al deze externe kosten zouden worden doorberekend, zou de prijs van vlees en zuivel drie maal zo hoog worden.

Hofstra stelt dat 20% van alle grond weidegrond is. Dat is nu wel zo, maar alleen omdat enorme oppervlaktes oerwoud, moeras en akkerland de laatste decennia zijn omgezet in grasland, ter wille van de bio-industrie.
Zo is in het Amazonegebied 70% van het oerwoud gekapt om plaats te maken voor grasland [2]. In totaal wordt zelfs 75% van alle landbouwgrond gebruikt voor de productie van veevoer. Ongeveer 40% van alle graan, 90% van alle mais en soja wordt als veevoer gebruikt. En de vraag naar graan, mais en soja voor veevoer stijgt nog steeds.
Daardoor is de vlees- en zuivelconsumptie o.a. verantwoordelijk voor een groot deel van de huidige voedseltekorten en prijstijgingen. De wereldvoedselvoorraden zijn sinds 1980 nog niet zo klein geweest [3].
De productie van vlees en zuivel kost per kg 100 keer meer energie en water dan de productie van een kg graan of peulvruchten.
Het dreigende voedseltekort kan heel eenvoudig worden opgelost door halvering van de bio-industrie. Mensen kunnen heel goed zonder vlees en zuivel. Vegetariers en veganisten zijn gezonder dan vleeseters. Momenteel worden er per jaar 80 miljard dieren gefokt en geslacht voor menselijke consumptie, zonder enige noodzaak. Vooral natuur, milieu en landschap zouden er wel bij varen. Het weinige tropisch oerwoud dat er nog is zou gespaard blijven.
Zijn die eind